Misschien is evolutie uiteindelijk een vraag naar coherentie
Een verkenning van de mens als veld, van blauwdruk tot relatie, samenleving en aarde — en van coherentie als mogelijke sleutel tot evolutie.
10/20/202614 min lezen


Misschien is evolutie uiteindelijk een vraag naar coherentie
Een vraag over een Noöhedraal veldprofiel bracht me onlangs bij iets wat veel groter is dan dat profiel zelf.
Iemand vroeg me wat het betekent wanneer een richting in haar profiel op nul staat terwijl zij daar in haar huidige leven juist heel bewust aan werkt. In haar geval ging het om wat ik vroeger vooral als identiteit aanduidde en tegenwoordig liever als richting beschrijf. Hoe kan iets in een blauwdruk nauwelijks zelfstandig gewicht hebben terwijl iemand het in haar leven juist sterk ontwikkelt? En zou dat uiteindelijk ook zichtbaar moeten worden in een nieuwe berekening?
Het lijkt een technische vraag over een profiel.
Voor mij raakt zij inmiddels aan een veel fundamentelere vraag.
Wat is eigenlijk ontwikkeling?
En misschien nog belangrijker
Wat betekent het om als mens coherent te worden?
De blauwdruk is niet je levensverhaal
Ik ben een Noöhedraal veldprofiel steeds nadrukkelijker als een blauwdruk gaan zien.
Niet als een persoonlijkheidstype. Niet als een beschrijving van alles wat iemand doet. En al helemaal niet als een voorspelling van hoe iemands leven zal verlopen.
De blauwdruk beschrijft voor mij iets fundamentelers. Een oorspronkelijke verdeling van functionele richtingen binnen het individuele veld.
Vanaf de eerste ervaring begint daar iets mee te gebeuren.
Je wordt geboren in een omgeving. Je ontmoet andere mensen. Je wordt opgevoed. Je ervaart nabijheid en afstand. Je leert. Je past je aan. Je wordt beloond en gecorrigeerd. Je werkt. Je raakt dingen kwijt. Je wordt verliefd. Je wordt ziek. Je wordt ouder. Je ontwikkelt vaardigheden die misschien helemaal niet vanzelfsprekend vanuit je blauwdruk vooropstaan.
Daarmee verandert niet noodzakelijk de blauwdruk.
Wel verandert de manier waarop je haar leeft.
Dat onderscheid vind ik steeds belangrijker.
Een functie kan in een blauwdruk nauwelijks zelfstandig dragend zijn en toch in het geleefde leven bijzonder goed ontwikkeld raken. Door ervaring, opleiding, discipline, noodzaak of bewuste oefening kan iemand iets uitstekend leren gebruiken.
Ontwikkeling hoeft dus niet te betekenen dat je een andere blauwdruk krijgt.
Misschien betekent ontwikkeling juist dat je steeds vrijer leert bewegen binnen je eigen blauwdruk.
Wat gebeurt er wanneer de druk verdwijnt
Daar zit voor mij nog een volgende gedachte onder.
Wanneer er geen druk op een individueel veld staat, vermoed ik dat iemand het dichtst in de buurt komt van zijn oorspronkelijke blauwdruk.
Dat betekent niet dat alle levenservaring ineens verdwijnt. Natuurlijk niet. Wat je geleerd hebt blijft onderdeel van je geleefde werkelijkheid.
Maar er hoeft minder gecompenseerd te worden.
De ene functie hoeft niet voortdurend het werk van een andere over te nemen. Er hoeft minder verdedigd te worden. Er hoeft minder kunstmatig vastgehouden te worden. Er ontstaat meer vrijheid voor de verschillende delen van het veld om hun eigen werk te doen.
Daar kom ik bij het begrip dat voor mij steeds centraler wordt
coherentie.
Hoge coherentie betekent voor mij niet dat er geen spanning bestaat.
Het betekent niet dat je altijd ontspannen bent.
Het betekent niet dat alles harmonieus voelt.
Het betekent ook niet dat je nooit twijfelt, nooit ruzie hebt of nooit iets moeilijks meemaakt.
Juist niet.
Hoge coherentie betekent dat een veld onder invloed van verschil en druk zijn samenhang kan behouden.
Dat de verschillende bewegingen niet in elkaar hoeven te verdwijnen.
Dat één functie niet de hele organisatie hoeft over te nemen.
Dat verschil kan blijven bestaan zonder dat het geheel uit elkaar valt.
Dat vind ik een wezenlijk ander ontwikkelingsideaal dan het streven naar permanente rust.
Een relatie maakt een nieuw veld
Ik experimenteer daar op dit moment veel mee in relatieprofielen.
Die profielen worden opvallend vaak aangevraagd wanneer mensen in een relatie tegen terugkerende conflicten aanlopen.
Soms ken ik die mensen helemaal niet.
Ik heb dan in eerste instantie alleen hun twee individuele blauwdrukken.
Toch hoor ik achteraf regelmatig dat zo'n relatieprofiel iets wezenlijks heeft veranderd in de manier waarop zij elkaar begrijpen.
Dat vind ik fascinerend.
Niet omdat twee blauwdrukken alles over een relatie zouden kunnen vertellen. Dat kunnen ze juist niet. De gezamenlijke geschiedenis van twee mensen zit daar immers nog helemaal niet in.
Maar de onderliggende structuur maakt blijkbaar wel iets zichtbaar.
Gedrag dat jarenlang als koppigheid, afwijzing, gebrek aan interesse, behoefte aan controle of juist gebrek aan betrokkenheid is geïnterpreteerd kan ineens in een ander licht komen te staan.
Niet omdat gedrag daarmee wordt goedgepraat.
Wel omdat zichtbaar kan worden dat twee mensen op heel verschillende manieren proberen hun samenhang te bewaren wanneer druk ontstaat.
En zodra twee mensen werkelijk met elkaar in relatie staan ontstaat bovendien iets nieuws.
Ik noem dat het tussenveld.
Het tussenveld is niet simpelweg persoon A plus persoon B.
Het is de dynamische werkelijkheid die ontstaat doordat twee velden elkaar voortdurend beïnvloeden.
Wat de één zegt verandert wat de ander kan ervaren.
Wat de één niet zegt kan net zo veel invloed hebben.
Een grens van de één kan bij de ander een beweging openen of juist sluiten.
Afstand kan ruimte geven maar ook onzekerheid oproepen.
Nabijheid kan verbinden maar soms ook druk vergroten.
Zo ontstaat iets wat geen van beiden afzonderlijk bezit.
Een relatie krijgt daardoor als het ware een eigen organisatie.
Een eigen geschiedenis.
Eigen terugkerende bewegingen.
Eigen spanningen.
Eigen mogelijkheden tot herstel.
En ook een eigen mate van coherentie.
Waarom ik liever niet aan tafel zit
Mij is inmiddels gevraagd of ik bij gesprekken tussen partners aanwezig wil zijn.
Ik begrijp die vraag.
Voor mijn eigen onderzoek zou het ook interessant kunnen zijn.
Toch zit daar een probleem in dat direct uit mijn eigen theorie voortvloeit.
Wanneer ik aanschuif ben ik namelijk geen neutrale waarnemer meer.
Er zijn dan niet langer twee mensen.
Er zijn er drie.
En daarmee ontstaat ook een ander tussenveld.
Mijn aanwezigheid verandert wat iemand zegt.
Misschien richt iemand zich ineens op mij in plaats van op de partner.
Misschien wordt bevestiging gezocht.
Misschien wordt iets niet uitgesproken omdat er een derde bij zit.
Misschien gaat één van beiden zich verdedigen tegenover mijn interpretatie.
Misschien wordt een tegenstelling zelfs kleiner omdat ik aanwezig ben.
Maar misschien wordt zij juist groter.
Hoe dan ook ben ik onderdeel geworden van het veld dat ik wilde onderzoeken.
Daarom stel ik op dit moment liever iets anders voor.
Laat de twee mensen eerst met elkaar spreken.
Als daar behoefte aan is kan ik een gespreksleidraad geven.
Niet om hun gesprek inhoudelijk te sturen maar om ervoor te zorgen dat bepaalde verschillen werkelijk zichtbaar mogen worden.
En als zij het gesprek opnemen, ontstaat voor mij vervolgens iets heel interessants.
Dan kan ik die opname als geleefde ervaring naast het relationele veldprofiel leggen.
Ik krijg dan drie niveaus
blauwdruk
tussenveld
ervaring
De individuele blauwdrukken laten zien welke structurele richtingen beide mensen meenemen.
Het relatieprofiel laat zien welke mogelijke dynamiek ontstaat wanneer die twee configuraties elkaar ontmoeten.
Het daadwerkelijke gesprek laat vervolgens zien wat er werkelijk gebeurt.
Welke route gebruiken ze echt?
Waar klopt de structurele verwachting niet?
Waar blijkt een geleerd vermogen veel sterker dan de blauwdruk zou doen vermoeden?
Waar ontstaat spanning?
Waar wordt een verschil kleiner?
Waar begrijpen ze elkaar plotseling?
En waar ontstaat misschien spontaan precies de coherentie die in theorie moeilijk leek?
Dat vind ik veel interessanter dan een profiel dat vooral moet bewijzen dat het gelijk heeft.
De ervaring moet het profiel kunnen corrigeren.
Geen coach maar instrumenten
Er lopen inmiddels verschillende trajecten waarin mensen hiermee experimenteren.
Ook een GZ-psycholoog is zeer geïnteresseerd geraakt in het Noöhedron.
Dat vind ik waardevol.
Tegelijk merk ik dat ik zelf niet onmiddellijk in de rol van coach of behandelaar wil terechtkomen.
Ik wil liever iets anders bouwen.
Instrumenten waarmee mensen zelf kunnen waarnemen wat er gebeurt.
Niet iemand vertellen hoe hij moet leven.
Niet voorschrijven hoe een relatie eruit hoort te zien.
Wel onderscheid zichtbaar maken.
Waar ontstaat spanning?
Welke functie neemt iets over?
Waar wordt een verschil persoonlijk gemaakt terwijl het misschien structureel is?
Welke andere beweging is mogelijk?
Hoe kan iemand zichzelf blijven zonder dat de ander hoeft te verdwijnen?
Hoe kunnen twee mensen verschillend blijven en toch samenhang behouden?
Dat laatste is eigenlijk de kern.
En daar houdt mijn belangstelling niet op bij relaties.
Integendeel.
Relaties zijn misschien alleen de kleinste en meest zichtbare vorm waarin deze vraag verschijnt.
Van relatie naar samenleving
Dezelfde vraag kun je stellen aan een gezin.
Aan een organisatie.
Aan een buurt.
Aan een stad.
Aan een gebied.
Aan een samenleving.
Hoe blijft verschil bestaan zonder dat het geheel uiteenvalt?
Ik raak regelmatig betrokken bij projecten waarin men over maatschappelijke vernieuwing, gebiedsontwikkeling, transitie of gemeenschap spreekt.
En wat mij daarbij blijft opvallen is hoe abstract die begrippen vaak worden.
Maatschappelijk vind ik daar een interessant woord voor.
Ik zoek vaak naar de oorsprong van woorden omdat hun geschiedenis soms iets laat zien wat we in het dagelijkse gebruik zijn kwijtgeraakt.
In maatschappij zit historisch het idee van samen zijn, gezelschap en makkers.
Dat raakt voor mij precies aan waar het maatschappelijke zou moeten beginnen.
Niet bij een ministerie.
Niet bij een beleidsmodel.
Niet bij een organisatie.
Bij mensen.
Mensen die met elkaar leven.
Mensen die elkaar nodig hebben.
Mensen die waarde uitwisselen.
Mensen die verantwoordelijkheid voor elkaar kunnen dragen.
Mensen die iets voor elkaar doen en daar iets voor terugkrijgen dat niet altijd onmiddellijk in geld hoeft te worden uitgedrukt.
Wederkerigheid.
Ook dat woord wordt gemakkelijk abstract.
Iedereen lijkt voor wederkerigheid te zijn.
Maar hoe organiseer je haar?
Daar ben ik eigenlijk mijn hele leven mee bezig.
Hoe maak je systemen waarin mensen elkaar daadwerkelijk kunnen vinden?
Hoe organiseer je waarde-uitwisseling?
Hoe kan binnen een gebied een eigen economie ontstaan?
Hoe voorkom je dat iedere menselijke uitwisseling uiteindelijk alleen via markt of overheid wordt georganiseerd?
Ik heb daar modellen voor ontwikkeld en platformarchitecturen voor gebouwd.
Niet alleen op papier.
Ook in software.
Een deel daarvan heb ik uiteindelijk toegepast in de zorg.
En dan ontdek je hoe moeilijk het wordt wanneer een menselijk systeem een institutioneel systeem ontmoet.
De paradox van systemen
Veel van onze samenleving is georganiseerd via hiërarchieën, standaardisering en protocollen.
Daar is natuurlijk een reden voor.
Als grote aantallen mensen en organisaties moeten samenwerken heb je afspraken nodig.
Maar er zit ook een schaduwzijde aan.
Op een bepaald moment kan de vorm belangrijker worden dan hetgeen waarvoor die vorm ooit is ontworpen.
Een mens wordt dan geacht binnen een systeem te passen.
Een organisatie binnen een financieringsmodel.
Een cliënt binnen een categorie.
Een medewerker binnen een functie.
Een gebied binnen bestuurlijke grenzen.
En wanneer de werkelijkheid niet meer past, proberen we soms de werkelijkheid aan te passen in plaats van het systeem.
Daar begint voor mij een coherentieprobleem.
Uniformiteit is namelijk niet hetzelfde als samenhang.
Sterker nog, een werkelijk coherent systeem moet verschil kunnen dragen.
Wanneer iedereen hetzelfde moet worden voordat het geheel kan functioneren, is dat voor mij geen hoge coherentie.
Dat is rigiditeit.
Een coherent geheel kan verschillende functies, mensen en posities bevatten zonder dat zij hun eigen karakter hoeven te verliezen.
Dat geldt voor een relatie.
Maar ook voor een samenleving.
Misschien kijken we te klein naar de mens
Ons dominante mensbeeld is nog steeds sterk biologisch.
Een mens is een lichaam met organen, een zenuwstelsel en ongeveer anderhalve kilo hersenen.
Daarbinnen zou dan zijn bewustzijn ontstaan.
En vervolgens moet dat biologische individu zo goed mogelijk functioneren binnen de samenleving die wij eromheen gebouwd hebben.
Het Noöhedron vertrekt vanuit een andere mogelijkheid.
Wat als de mens niet uitsluitend een biologisch object is maar een lokale configuratie binnen een veel groter veld?
Dan verandert de vraag.
Dan hoef je individuele differentiatie niet als ruis te beschouwen.
Dan kun je die juist zien als functioneel.
Misschien bestaat een individuele blauwdruk juist omdat het grotere veld differentiatie nodig heeft.
Niet iedereen hoeft hetzelfde te doen.
Niet iedereen hoeft hetzelfde waar te nemen.
Niet iedereen hoeft dezelfde richting te dragen.
Niet iedereen hoeft hetzelfde tempo te hebben.
Verschil kan juist de manier zijn waarop het grotere geheel complexiteit kan dragen.
En dan wordt uniformiteit ineens een veel interessanter probleem.
Evolutie die naar zichzelf kan kijken
Ik heb daar een manuscript over geschreven waarin evolutie en renaissance centraal staan.
Daarin stel ik een gedachte voor die mij steeds meer bezighoudt.
Evolutie heeft gedurende miljarden jaren steeds complexere vormen voortgebracht.
Op een bepaald moment ontstaat daarin een mens.
En die mens doet iets bijzonders.
Hij kan op zichzelf reflecteren.
Maar hij kan ook reflecteren op het grotere geheel waarvan hij onderdeel is.
Een boom kan op een omgeving reageren.
Een dier kan leren.
Maar de mens kan zich de vraag stellen
Wat doet mijn handelen met het geheel?
En vervolgens zijn gedrag bewust aanpassen.
Misschien is dat een werkelijk evolutionair kantelpunt.
Niet alleen meer complexiteit.
Maar complexiteit die op haar eigen coherentie kan reflecteren.
Wanneer dat waar is ontstaat er ook verantwoordelijkheid.
Dan is de mens niet alleen consument van de aarde.
Niet alleen overlevend organisme.
Niet alleen gebruiker van technologie.
Dan is hij misschien een deel van het veld dat bewust kan gaan deelnemen aan het vergroten van de coherentie van datzelfde veld.
Dat vind ik een veel grotere gedachte dan duurzaamheid.
De aarde als veld
Diezelfde manier van kijken kun je ook toepassen op gebieden en uiteindelijk op de aarde zelf.
We zijn gewend gebieden vooral te definiëren vanuit bestuurlijke grenzen, eigendom, infrastructuur of economische functies. Maar een gebied bestaat ook uit natuurlijke en menselijke samenhangen.
Water.
Bodem.
Landschap.
Ecologie.
Mensen.
Gemeenschappen.
Economie.
Al die elementen beïnvloeden elkaar voortdurend. Dan wordt het interessant om een gebied niet uitsluitend te zien als een verzameling afzonderlijke onderdelen maar als een veld waarin natuurlijke en menselijke systemen samenkomen.
En vervolgens dezelfde vraag te stellen:
Hoe hoog coherent is dit veld?
Ecologische problemen bekijken we nu vaak als technische problemen.
CO₂ moet omlaag.
Energie moet schoner.
Water moet anders worden beheerd.
Natuur moet worden hersteld.
Dat zijn relevante en vaak noodzakelijke ingrepen.
Maar misschien missen we iets wanneer wij uitsluitend onderdelen repareren.
Want wat als de onderliggende menselijke organisatie incoherent blijft?
Wat als we met dezelfde hiërarchische, competitieve en fragmenterende structuur vervolgens duurzame technologie gaan bouwen?
Dan veranderen we misschien de apparatuur zonder het veld te veranderen waaruit onze problemen ontstaan.
Daarom is mijn vraag fundamenteler.
Hoe leren wij als mensen zó deelnemen aan het aardse veld dat onze aanwezigheid de coherentie ervan vergroot?
De toestand van een veld zou meetbaar kunnen zijn
Daarmee kom ik op een ander onderzoek waar ik mee bezig ben.
Een blauwdruk is relatief stabiel.
Maar ik denk dat er daarnaast zoiets bestaat als een actuele veldtoestand.
Hoe coherent ben je nu?
Niet theoretisch.
Nu.
Tijdens dit gesprek.
Tijdens dit werk.
In deze relatie.
Na deze keuze.
Onder deze druk.
Ik denk dat daar uiteindelijk ook iets meetbaars in moet zitten.
Niet met één simpele sensor.
Niet met één getal.
Maar misschien door verschillende soorten informatie te combineren.
HRV vind ik in dat verband bijvoorbeeld interessant.
Hartslagvariabiliteit zegt op zichzelf natuurlijk niet “dit is je Noöhedrale coherentie”.
Maar het geeft wel informatie over fysiologische dynamiek.
Hetzelfde geldt voor hersenactiviteit.
En mogelijk voor andere biologische, elektromagnetische of fysische gegevens.
Ik heb daarvoor inmiddels een eerste meetvoorstel ontwikkeld.
Mijn hypothese is niet dat één instrument het menselijk veld rechtstreeks kan aflezen.
Mijn vraag is subtieler.
Bestaat er een combinatie van meetbare parameters waaruit iets kan worden afgeleid over veranderingen in de actuele coherentie van een menselijk systeem?
Daar zou ik heel graag serieus onderzoek naar zien.
Een coherentiehorloge
Soms trek ik die gedachte expres wat verder door.
We dragen tegenwoordig horloges die hartslag, beweging, slaap en soms zelfs allerlei andere lichaamsgegevens bijhouden.
Waarom zou er over twintig of dertig jaar geen apparaat kunnen bestaan dat iets probeert te zeggen over de actuele samenhang van verschillende signalen?
Een soort coherentie-indicator.
Dat klinkt misschien futuristisch.
Maar de belangrijkste vraag is niet eens of zo'n apparaat technisch kan worden gemaakt.
De belangrijkste vraag is wat we ermee zouden doen.
Want het laatste wat ik wil is dat coherentie de volgende prestatienorm wordt.
Dat je horloge zegt dat je vandaag maar 62 procent coherent bent en dat je vervolgens zenuwachtig probeert naar 80 te komen.
Dan hebben we onmiddellijk weer een systeem gebouwd waarin de meting belangrijker wordt dan de mens.
Het zou juist een waarnemingsinstrument moeten zijn.
Wat gebeurt er wanneer ik deze ruimte binnenloop?
Wat gebeurt er wanneer ik met deze persoon spreek?
Wat doet bepaald werk?
Wat gebeurt er met mij wanneer ik voortdurend iets doe wat tegen mijn eigen structuur ingaat?
Wat doet een beslissing?
Wordt mijn wereld ruimer?
Of steeds smaller?
Het meest comfortabele besluit is niet altijd het meest coherente
Dat leidt tot een vraag waar ik de laatste tijd vaak over nadenk.
Hoe weet je eigenlijk of een besluit coherent is?
We zijn geneigd om comfort als een soort interne bevestiging te gebruiken.
Een goede keuze voelt goed.
Een slechte keuze voelt slecht.
Maar zo eenvoudig werkt het volgens mij niet.
Een keuze kan onmiddellijk comfortabel zijn en tegelijkertijd je grotere samenhang verkleinen.
Vermijden kan heerlijk voelen.
Een conflict niet aangaan kan rust geven.
Bij het bekende blijven kan veilig voelen.
Maar daarmee is die beweging nog niet noodzakelijk coherent.
Omgekeerd kan een keuze pijnlijk zijn en toch op langere termijn veel grotere samenhang creëren.
Een grens stellen.
Een relatie beëindigen.
Een baan verlaten.
Een waarheid onder ogen zien.
Iets opgeven waar je jarenlang identiteit aan hebt ontleend.
De meest coherente weg hoeft dus niet de gemakkelijkste te zijn.
Ik heb wel eens gedacht aan het Bijbelse beeld van het brede en het smalle pad.
Ik weet niet of dat oorspronkelijk zo bedoeld is.
Ik lees het in ieder geval niet als een pleidooi voor lijden.
Moeilijk is niet automatisch goed.
Maar misschien zit er wel iets interessants in het onderscheid tussen de weg die onmiddellijk aantrekkelijk is en de weg die een dieper soort samenhang bewaart.
Mijn eigen experiment
Voor mij is dit inmiddels niet alleen theorie.
Mijn eigen lichaam heeft het onderwerp nogal persoonlijk gemaakt.
Ik ben ernstig ziek geweest.
Mijn behandeling heeft mijn lichaam veranderd.
Mijn testosteron is vrijwel volledig onderdrukt.
Ik leef nog altijd met een katheter.
Dat zijn omstandigheden die ik nooit in een theoretisch model had hoeven bedenken.
Ik leef ze.
En daardoor ben ik misschien onvermijdelijk ook mijn eigen experiment geworden.
Ik ervaar het als buitengewoon belangrijk om mijn leven zó in te richten dat ik niet voortdurend opnieuw in een toestand terechtkom waarin alles onder druk staat.
Dat betekent niet dat ik kan bewijzen dat hoge coherentie kanker voorkomt of behandelt.
Dat kan ik niet en dat wil ik ook niet suggereren.
Mijn kanker wordt medisch behandeld.
Maar daarnaast ervaar ik zelf hoe essentieel het is dat mijn leven niet opnieuw alleen bestaat uit langdurige interne strijd.
Ik wil kunnen terugkeren.
Naar rust.
Naar ruimte.
Naar mijn eigen blauwdruk.
En misschien vooral naar het gevoel dat ik niet voortdurend iets anders hoef te worden om in mijn leven te mogen bestaan.
Tijdens een aantal weken in Nederland ontdekte ik daar nog iets anders in.
Mijn lichaam functioneert op bepaalde gebieden totaal anders dan vroeger.
De medische werkelijkheid daarvan kan ik niet veranderen door daar een mooie theorie tegenover te zetten.
En toch ontdekte ik opnieuw dat intimiteit niet verdwenen is.
Verlangen niet.
Verbondenheid niet.
Liefde niet.
Ik ontmoette iemand bij wie ik opnieuw heel direct kon ervaren dat liefde voor mij gewoon aanwezig kan zijn.
Dat heeft mij geraakt.
Misschien juist omdat het zo duidelijk maakte dat mijn omstandigheden en mijn blauwdruk twee verschillende dingen zijn.
Mijn lichaam is veranderd.
Mijn leven is veranderd.
Maar ik ben niet verdwenen.
Misschien is dit de werkelijke opgave
En zo kom ik uiteindelijk weer terug bij evolutie.
Misschien is de grootste evolutionaire opgave voor de mens niet dat wij nóg slimmer worden.
Niet dat we nóg meer technologie bouwen.
Niet dat we de wereld steeds efficiënter organiseren.
Misschien is de werkelijke vraag of een steeds complexer systeem ook steeds meer coherentie kan dragen.
Of wij verschil kunnen verdragen zonder het te vernietigen.
Of wij individuele autonomie kunnen laten bestaan zonder het geheel kwijt te raken.
Of gemeenschappen wederkerig kunnen worden zonder iedereen hetzelfde te maken.
Of organisaties structuur kunnen bieden zonder mensen hun eigen veld te laten verliezen.
Of wij technologie kunnen gebruiken zonder haar opnieuw in hiërarchische machtsstructuren te laten eindigen.
Of wij de aarde kunnen bewonen zonder het veld waarvan wij onderdeel zijn steeds verder te fragmenteren.
En misschien is kunstmatige intelligentie daarom uiteindelijk niet alleen interessant vanwege haar intelligentie.
De werkelijk interessante vraag is wat zij doet met coherentie.
Een superintelligent systeem zou patronen kunnen herkennen die voor ons totaal onzichtbaar zijn.
Dat kan spectaculair zijn.
Maar intelligentie en coherentie zijn niet hetzelfde.
Een systeem kan extreem intelligent zijn en tegelijkertijd een wereld helpen creëren die steeds sterker fragmenteert.
De vraag is dus niet alleen
hoe intelligent wordt AI?
Maar ook
welk veld helpt zij ons creëren?
Van blauwdruk naar verantwoordelijkheid
Voor mij begint dat uiteindelijk weer klein.
Bij één mens.
Bij de eigen blauwdruk.
Niet om jezelf vast te leggen.
Niet om te zeggen
zo ben ik nu eenmaal.
Maar om iets anders mogelijk te maken.
Waarnemen.
Waar beweeg ik vrij?
Waar neemt één deel van mij alles over?
Waar leef ik vooral vanuit aanpassing?
Waar is mijn eigen richting nog zichtbaar?
Waar ben ik bezig samenhang te maken door verschil te onderdrukken?
Waar kan verschil juist blijven bestaan?
En wat gebeurt er wanneer ik onder druk kom?
Misschien is ontwikkeling dan niet het vervangen van onze blauwdruk.
Misschien gaat het erom dat wij leren haar steeds vollediger te bewonen.
En vervolgens ontdekken dat wij nooit alleen ons eigen veld bewonen.
Wij leven voortdurend in tussenvelden.
Relaties.
Gezinnen.
Organisaties.
Buurten.
Gebieden.
Samenlevingen.
De aarde.
Daarmee wordt coherentie uiteindelijk ook geen puur persoonlijke aangelegenheid.
Wanneer een mens leert zijn eigen veld hoog coherent te houden, verandert ook ieder groter veld waaraan hij deelneemt.
Misschien is dat wel de renaissance waar ik naar zoek.
Niet terug naar een vroeger mensbeeld.
Maar vooruit naar een mens die zich opnieuw bewust wordt van zijn plaats in het geheel.
Niet als heerser over dat geheel.
Niet als los individu.
Maar als een gedifferentieerd deel van een veel groter veld dat inmiddels in staat is op zichzelf te reflecteren.
En daarmee misschien voor het eerst ook bewust kan bijdragen aan zijn eigen samenhang.
Over deze site
Verkenning van bewustzijn, materie en evolutie.
Paul Hager – Noöhedron
blijf op de hoogte
paul@noohedron.com
© 2025. All rights reserved.
